Je bent hier
Home > Columns > Lichtjes

Lichtjes

‘Jongens, we moeten nu echt gaan!’roep ik. Het is vijf uur ’s middags, de dag voor kerstmis. We halen Elian op, die een nachtje bij oma heeft geslapen. Een halfuur later dan gepland gaan we “lichtjes rijden”: we stappen in de auto om langs mooie kerstversieringen te rijden. We hebben twee tips gekregen van straten waar huizen flink versierd zijn, we weten zelf bij ons in de buurt waar leuke dingen hangen en verder gaan we waar de lichtjes ons leiden. Het idee is om een uurtje te rijden en thuis de al ontdooide zuurkool uit de vriezer te eten.
Rowan en Marie zijn uitgelaten, ze hebben er al de hele dag zin in. Elian kijkt nors. Martin heeft gisteravond genoemd dat we dit zouden doen, maar oma heeft het vandaag niet herhaald en dus weet hij niet zo goed wat hij moet verwachten. Hij gaat wel gewoon mee.
We beginnen meteen bij oma’s flat, want een flatgenoot heeft zijn hele balkon volgehangen. Martin rijdt erlangs, maar we zijn er zo voorbij. Ik stel voor dat hij terugrijdt en even stil gaat staan. Hij draait de auto en keert hem meteen weer.
‘Waarom ging je nou niet aan de andere kant van de weg staan?’ vraag ik. ‘Verderop is ook een versierd huis.’
‘Moest ik dit nu laten zien of niet?’ raakt Martin een beetje chagrijnig. Maar daarna keert hij nog een keer en rijden we naar het andere versierde huis. Het staat aan een drukke weg, dus we besluiten uit te stappen om alles goed te bekijken. Elian begint het al leuk te vinden. Dat de kinderen allemaal een pakje chocolademelk mogen en kerstkoekjes en –chocolade helpt ook.
De eerste straat waar we heen willen staat in een heel andere wijk. In plaats van rechtstreeks via de ringweg ernaartoe te rijden, rijden we dwars door de wijken. Behoorlijk wat huizen blijken lichtjes in struiken en aan takken te hebben hangen. Velen hebben daarnaast nog andere kerstversiering. Het meest zien we een Kerstman, sneeuwpop of rendier van lampjes. Een Kerstman op een fiets of één die omhoog klimt is ook zeer geliefd.
Regelmatig roepen de kinderen: ‘Daar! Daar moet je heen, papa!’
Elian raakt helemaal enthousiast. ‘Wow, wat veel lichtjes! Hier! En daar! Wauw wat is dit mooi!’ Soms springt hij in de auto op en neer, voor zover de gordel dat toelaat.
Een aantal keren stappen we uit de auto, omdat de tuinen anders niet goed te zien zijn of omdat er zoveel staat, dat het vanuit de auto niet goed te bekijken is.
Doordat er zoveel te zien is, wordt het tijd om naar de straat te gaan die ons was aangeraden.
‘Papa, daar!’wijst Elian weer lichtjes aan.
‘Ik zie het,’antwoordt Martin, ‘maar we gaan nu eerst rechtstreeks naar die andere straat toe.’
Elian kijkt bozig, hij wil alle lampjes zien!
Maar dat we naar de aangeraden straat rijden, wordt absoluut beloond. Als we het huis van de buitenkant aan het bewonderen zijn, laat een duidelijke oma haar vermoedelijke dochter uit.
‘We zijn uw huis even aan het bekijken, hoor,’ knik ik de vrouw toe.
‘Willen jullie het ook van binnen zien?’ vraagt ze.
Dat is een aanbod dat we niet af kunnen slaan.
Van binnen blijkt het huis één en al in kerstsfeer te zijn. Alle muren zijn bedekt met zwart plastic zeil en hoekjes zijn opgevuld met watten. Overal hangen en staan dingen die met kerst te maken hebben, geen plekje is onbenut. Zelfs in de keuken hebben de mensen een heel kerstlandschap. Een Kerstman zingt in reactie op geluid een liedje, een draaimolentje draait rond, overal gebeurt iets en is van alles te zien.
De kinderen mogen de achtertuin ook bekijken. Die staat ook vol.
‘Weten jullie hoeveel Kerstmannen jullie hebben?’ vraagt Martin.
‘Niet precies,’antwoordt de vrouw, ‘maar het zijn er wel veel.’
Ja, dat hebben we door!
De kinderen komen ogen en oren tekort, maar we willen de mensen natuurlijk niet te lang lastigvallen. Het is ondertussen etenstijd. We zijn volgens mij wel tien minuten binnen geweest.
Weer buiten stuitert Elian letterlijk alle kanten op. Hij loopt steeds zonder te kijken het fietspad op. Martin probeert hem bij de hand te pakken en we waarschuwen steeds dat er brommers aan kunnen komen, maar Elian is niet meer aanspreekbaar. Hij steekt zo de drukke straat over. Gelukkig komt er op dat moment niets aan.
Martin en ik besluiten er een eind aan te breien, want Elian is nu zo opgewonden dat het gevaarlijk begint te worden. Hij is net en duveltje in een doosje, waarvan we het deksel slechts met moeite dicht kunnen houden.
Rowan is moe en Marie behoorlijk gehoorzaam. Als we zeggen dat ze niet meer steeds naar de lichtjes gaan rijden is Elian de enige die protesteert. Echter, dat we de zuurkool laten voor wat hij is en naar de MacDonalds rijden, helpt. (Niet dat wij onze kinderen vaak met eten omkopen, hoor.)
Pas om zeven uur zijn we thuis. Soms kan ik onze kinderen wel achter het behang plakken, maar de afgelopen twee uren waren ze the lights of my life.

4 thoughts on “Lichtjes

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top