Je bent hier
Home > Columns > Ja

Ja

Het woord dat tegenwoordig het vaakst over mijn lippen komt is ‘nee’.
‘Nee, niet bovenop je zusje liggen, eraf, nu!’
‘Nee, niet spelen met je eten.’
‘Nee, jullie mogen niet nóg een ijsje.’
Moe word ik van al die negativiteit. Dat moet toch anders kunnen? Beter?

Ik las een artikel in the Times. Het artikel ging over ‘ja.’ De schrijfster experimenteerde, uit pedagogische en journalistieke interesse, met ‘free parenting’. Een hele dag lang antwoordde ze haar kinderen op alles met ‘ja’. En, werd de dag een chaos, een drama? Nee. Haar kinderen bleken verantwoordelijker dan ze dacht. Vrijlaten maakte creatief en avontuurlijk. Ik droom weg. Wat heerlijk, een dag alleen maar positief. Alleen maar ‘ja’. Maar, haar kinderen waren zes en acht. De mijne zijn anderhalf en drie. Ik voer een gedachte experiment uit.
‘Ja, natuurlijk mag je razend hard van de berg afsteppen, recht op die drukke weg af.’
‘Ja, natuurlijk hoef je geen schone luier, loop jij lekker met poepbillen rond tot ze rood en kapot zijn.’

Laffe moeder die ik ben, ik durf het niet aan. Ik besluit tot een selectief ja-beleid. Ik kies het onderwerp met de meeste twist en spanning: eten. Na weken van strijd bij elke maaltijd mogen ze een dag lang alles wat ze willen. Geen discussie aan tafel over nog een hapje, dan krijg je een toetje, nog eentje, toe dan. Ik verheug me op de maaltijd. Geen gegil, geen gezeur, alleen maar tevreden gezichten.
We beginnen met de lunch. De makkelijkste maaltijd van de dag, boterhammen gaan er meestal soepel in.
‘Wat willen jullie eten?’ vraag ik.
Tijm weet het meteen. ‘Eieren, mama.’ Linde knikt mee. ‘Ei. Beans.’
‘Ja,’ juicht Tijm, ‘baked beans, die willen we.’
Glimlachend pak ik de blikopener. Geen slecht begin.
Even later lopen we door de supermarkt. ‘Wat willen jullie vanavond eten?’
Het antwoord komt snel. En unaniem.
‘Frietjes. Vissticks. En erwtjes.’
Ik graai de zakken en dozen uit het vriesvak. Dat valt mee. Een beetje kant en klaar naar mijn smaak, maar er zit zelfs groente bij. ‘En tomatensoep,’ voegt Tijm bij de kassa nog toe. ‘En Thomas toetjes.’

De tomatensoep lepelen ze vlot naar binnen, twee smoeltjes en truien kleuren rood. Tevreden kijk ik toe. Ontspannen zet ik het hoofdgerecht op tafel. Wat vet, wat zout, och. Mijn zenuwen varen wel bij dit dieet. ‘Kijk eens, lekker.’
Met opgehaalde neus kijkt Tijm naar zijn bord. Precies zo keek hij de dag ervoor naar mijn spinazieschotel. ‘Ik heb geen honger,’ verkondigt hij en schuift zijn bord weg. Linde is solidair. ‘Nee,’ schudt ze. ‘Ik wil tv kijken,’ zegt Tijm, zich schrapzettend voor mijn reactie. Ik haal mijn schouders op en knik. Het is ja-dag. Verbaasd schuift Tijm zijn stoel achteruit. Linde volgt. Verbouwereerd laten ze mij achter met twee volle borden. Moedeloos schraap ik ze leeg boven de vuilnisbak. Dan opeens besef ik: Het ligt niet aan mij. Niet aan mijn eten. Niet aan mijn moedermethodes. Het zijn gewoon peuters. Een en drie, gemiddeld zijn ze twee, ze zeggen nee. Ik heb het er maar mee te doen. Ik ben de oudste. De verstandigste. De moeder. Ook ik zeg nee. Toch heb ik wat geleerd. Iets minder nee. Iets vaker ja. Fijn voor de kinderen, nog fijner voor moeder’s gemoed.

4 thoughts on “Ja

  1. Leuke experiment!
    Zeker de moeite waard om het ook een uit te voeren, een ja-dag. Maar ik begin denk ik ook maar selectief.
    Maar inderdaad, wat je schrijft, op die leeftijd hoort ‘nee’ zeggen erbij. En isdat niet aan de moeder of wat dan ook te danken. hoort erbij en gaat ook wel weer voorbij.
    Een dagje minder negativiteit is fijn voor het hele gezin, maar zeker nog fijner voor de mama!

    Heel leuk geschreven!

  2. Leuk om eens uit te voeren.
    Maar ik kan bijna met zekerheid zeggen dat het bij ons niet gaat werken. Mijn jongens kennen geen grenzen en zodra het hun duidelijk is dat mama ovewral ‘ja’ op zegt gaan zij daar goed gebruik van maken. Dan krijg je zoiets:
    Kind: Mama, mogen wij chips?
    Mama: ja, natuurlijk
    Kind: mogen wij frisdrank?
    mama: pak maar
    Kind: mama mogen wij twix?
    Mama, ja, hoor
    Kind: mogen wij wii-en?
    Ondanks dat wij vaste wii-dagen hebben, moet mama ook antwoorden met ‘ja’

    Nou, bij nadere inzien toch geen goed experiment voor ons vrees ik.

  3. Inderdaad klinkt het experiment heel fijn. Ook ik zou er wat voor over hebben niet alleen maar nee te hoeven roepen. Gelukkig is onze dochter wat selectiever in wat zij wil eten/snoepen. Toch moet ik ook tegen haar niet overal ja op zeggen. Zij is op het gebied van buitenspelen een jongen dus zou ik de modder en de zand door het hele huis hebben. Tevens moet mama overal aan meedoen (dat krijg je bij een enig kind). Nee dank je dan nog maar het nee even wat langer volhouden. Het schijnt dat deze periode ook voorbij gaat.

    Trouwens nog een hart onder de riem voor andere ouders. Het schijnt dat als de kinderen flink peuterpuberen, zij dit in hun tienerpuberjaren (bijna) niet doen. Oh ik hoop het zo 🙂

  4. O Claudia, dat hoop ik ook!

    Josie, het idee is dus dat ze na een paar dagen leren dat alleen maar Twix eten helemaal niet lekker is. Ik heb een vriendin die alle koek en snoep zo op de onderste plank heeft. Ze mogen gewoon nemen. En doen dat helemaal niet echt veel. Het kan dus wel. Maar het lijkt mij ook erg lastig.

    Mandy, thanks. Nog een ja-dagje geprobeerd?

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top