Je bent hier
Home > Columns > Column: Ik kom er wel!

Column: Ik kom er wel!

verdwaaldWat is dat toch met vrouwen en richtingsgevoel? Er zullen vast vrouwen zijn die dit kunstje wel onder knie hebben, maar ik ben nog steeds zoekende. Het wil mij maar niet lukken. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen navigeren aan de hand van herkenningspunten. Dus een mooi bankje ergens in de tuin, een grote boom op een hoek en die schattige gordijntjes van dat leuke witte huis met grote voortuin. Mannen navigeren op gevoel. Dat blijkt in de oertijd te zijn ontstaan. Mannen gingen op jacht en konden hun ogen niet van de prooi afhouden om naar de omgeving te kijken, omdat ze anders de beer zouden kwijt raken, en zo geen eten naar moeder de vrouw konden brengen, waarna ze een genadeloze klap met de knuppel kregen. Ook blijkt dat als je mannen en vrouwen in de woestijn zet, in het donker, dus zonder herkenningspunten, ze beiden rondjes gaan lopen. Overdag doen ze dit om een of andere duistere reden niet.

Ik rij in het licht én in het donker rondjes. Zelfs met navigatiesysteem. Zo had ik mij laatst opgegeven om de kinderen te brengen naar, en te halen van, de speeltuin tijdens het schoolreisje van mijn oudste zoon. Van tevoren had ik al eens de route gereden zodat ik ongeveer wist waar ik moest zijn. De eerste afslag na de speelgoedwinkel. Stoplicht met lelijke loods rechts en dan na het tweede groene bordje weer rechts. Dan bij die hele grote boom weer links en voilà. Een kind kan de was doen. Mits ze naar de dezelfde speeltuin zouden gaan als voorgaande jaren…En dat bleek niet zo te zijn…

“Dan gebruik je toch gewoon het navigatiesysteem, was de nuchtere oplossing van mijn man. Dan kom je er heus wel hoor”. En hoewel ik mijn bedenkingen had besloot ik me niet te laten kennen en gewapend met navigatiesysteem ging ik naar school. Er waren heel veel moeders die voor taxichauffeur speelden die dag dus in geval van nood zou ik gewoon hun achterna rijden. Hoe ik thuis zou komen dat zag ik dan wel. Ik zag alle moeders één voor één samen met een stuk of twee á drie kinderen vertrekken en ik hoopte dat ik snel kon volgen omdat ze anders al allemaal weg zouden zijn. Eindelijk kon ik vertrekken met Dean en een klasgenoot. Eenmaal in de auto kreeg ik het ding niet aan. Batterijen eruit, opnieuw opstarten en binnensmonds vloeken (er zaten immers kinderen in de auto, maar als die er niet waren geweest…) En eindelijk had ik hem aan de praat. De parkeerplaats was inmiddels leeg. Ik voelde een klein paniekgevoel opkomen maar wat kon er nou eigenlijk mis gaan? Dat ding zou me de weg wijzen en ik moest alleen maar te doen wat de mevrouw in het apparaat me zou zeggen. Dat deed ik dan ook en na een tijdje zag ik voor me een auto met een paar stuiterende kinderen die steeds dezelfde weg nam als ik. Waarschijnlijk ook een moeder van school. Het ging heel goed, totdat ik bij een rotonde kwam, de moeder voor me rechtdoor ging en de mevrouw in het apparaat zei dat ik rechtsaf moest gaan. Wat moest ik doen? Rechtdoor? Rechtsaf? Rechtdoor? Rechtsaf? Wat als de auto voor me niet bij de school zou horen en op weg was naar Parijs? Rechtsaf dan maar. Ik kwam in een dorpje. Een leuk dorpje. Een klein huisje had echt hele leuke bloempotten op de vensterbank en een ander huis een mooie voordeur. We reden het dorp uit en kwamen langs boerderijen en weilanden en plots riep de mevrouw in het apparaat: “Uw bestemming ligt aan uw linkerkant!” Ik keek naar links en zag een heleboel aspergebedden. Misschien bedoelde ze rechts? Ik keek naar rechts en zag nog meer aspergebedden.

“Hee! Hier is echt geen speeltuin hoor!” klonken de opmerkzame woorden van het klasgenootje op de achterbank. “Nee ik zie het, zei ik, maar die mevrouw van het apparaat zegt van wel” “Nou dan is het apparaat kapot”, was de conclusie van de kleuter. Het zou toch niet? Ik zag al voor me hoe alle kindjes de hele dag plezier zouden hebben in de speeltuin behalve mijn zoon en zijn klasgenootje omdat die met mij rondjes aan het rijden waren tussen de weilanden. Wat nu? In de verte zag ik een boerin werken op het land en ik zag haar twijfelachtig naar mijn auto kijken. Ik besloot haar de weg te vragen, van vrouw tot vrouw. Nadat ik had uitgelegd dat die andere mevrouw me een mes inde rug had gestoken door me de verkeerde weg te wijzen zag ik haar denken: Onnozel wicht, kijk dan ook naar de stand van de zon. Gelukkig wist zij me de weg naar de speeltuin te wijzen waarna ik eindelijk op de plaats van bestemming aankwam en de kinderen konden spelen. De weg terug naar huis ging prima door, juist ja, de herkenningspunten die ik op de heenweg had gezien.

sandy jannemanGeschreven door Sandy Janneman. Sandy is gelukkig getrouwd met Jeffrey en is moeder van 2 jongens, Dean van 6 jaar en Jake van net 3 jaar. En samen wonen zij in een dorp in Limburg.

2 thoughts on “Column: Ik kom er wel!

  1. Ahhh, verschrikkelijk hè… Hier regelmatig met drie hijgende kinderen in m´n nek maar weer de weg vragen. Zelfs op de fiets gaat het regelmatig mis. Ik houd niet van cliché´s maar deze is toch wel een beetje waar

  2. Leuk geschreven! Zelfs de tomtom kan je soms de verkeerde kant opsturen. Ik vertrouw daarom niet alleen op de tomtom maar volg daarnaast ook gewoon de borden, heb vaak genoeg mee gemaakt dat de tomtom ernaast zit.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top