Je bent hier
Home > Columns > Van auto’s en stoelen

Van auto’s en stoelen

Er is een omgekeerd verband tussen het formaat van een kind en de ruimte die ze innemen in je auto. Hoe kleiner het kind, hoe groter de stoel. Vroeger paste je met een gezin van vijf riant in een Volkswagen Golf. Niets geen autostoeltjes, je zat gewoon op de achterbank. Was er een verjaardagsfeestje, of hockeywedstrijd, of veel bezoek, dan propte je er nog een paar in de achterbak. Baby’s gingen in een reiswieg op de bank. Anders op schoot. Wij hadden gordels achterin, uniek in die tijd. Mijn vader, opeens vooruitstrevend, controleerde streng of we ze wel droegen.

Veiligheid is belangrijk, dat ben ik met mijn vader eens. Toch ben ik niet onverdeeld enthousiast. De statistieken zullen vast bewijzen dat met de moderne autostoelen het aantal ongelukken met nare afloop beduidend lager is geworden. En het is nodig. Het verkeer is tegenwoordig een stuk drukker. Er rijden vehikels rond die meer op tanks dan auto’s lijken. Veiliger, zegt men. Ja, als je erin zit misschien, maar als je eronder komt of tegenaan rijdt? In ieder geval is het door die gigantische stoelen bijna onmogelijk twee peuters en een baby te vervoeren in een normale auto. Toen nummer twee geboren werd ruilden we onze Golf in voor een SAAB stationwagon. Niet omdat twee kinderstoeltjes niet achterin pasten, maar de dubbele kinderwagen kon niet in de achterbak. Heel dom dachten we nog niet aan die derde stoel. Het was immers een flinke auto. Maar die derde kwam. Al snel. Het werd passen en meten. De stoelen passen. Bijna. De achterbak blijft royaal. Naast de dubbele kinderwagen passen de step van oudste, de reiswieg voor jongste én de boodschappen. Ruimte te over. Maar die achterbank. Daar is geen millimeter over. Eerder een paar tekort. In en uitladen duurt een eeuwigheid. De riem van oudste priegel je vast tussen twee stoelen. Middelste hijs je over alles heen naar haar hoge stoel in het midden. Het past. Maar hoe.

Wat kun je doen? Trotseer je de vertoornde blikken van andere ouders, als je je kind in een niet-passend stoeltje, of erger nog, géén stoel, vervoert? Riskeer je torenhoge boetes als de politie je betrapt? Hoe sus je je eigen geweten? Veiligheid. Je moet wel. Het gaat immers om je kinderen.

Man heeft een oplossing. Een grotere auto. Zo’n nare, door mij verfoeide benzineslurpende tank. Ik wil geen grotere auto. Ik wil kleinere stoelen. Dat vind man onzin. We hebben immers al stoelen. Mijn logica, we hebben al een behoorlijk grote auto, wil er bij hem niet in. De onderhandelingen zitten vast. Gelukkig is die nieuwe auto duur. Te duur. En komt hij er, voorlopig volgens man, nooit volgens mij, niet.

Man geeft ook niet toe. Er komt geen nieuwe stoel. Voorlopig. Ik tel de dagen, de kilo’s, die middelste verwijderd is van een nieuwe stoel. Een kleinere, lagere stoel. Die bestaat. Kunnen we haar wat eerder overzetten? Kan ik jongste wat vaker aanleggen om sneller de benodigde negen kilo te bereiken? Waarschijnlijk niet. We blijven nog even hijsen en priegelen. Of anders lopen.

Geschrven door: Karien van Ditzhuijzen

One thought on “Van auto’s en stoelen

  1. haha, zo herkenbaar. eens je drie kids hebt kom je gauw in de probs met een gewone wagen. Over 15 jaar zeulen ze hun lief mee naar huis, maar dan gaan ze wss op elkaars schoot zitten (zonder tegenzin)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top