Je bent hier
Home > Columns > Ik ben een werkende moeder – deel 2

Ik ben een werkende moeder – deel 2

Ik ben dus een startende moeder. Ik ben begonnen met mijn eigen grafische ontwerpstudio en ik vind het doodeng. Wat nou als ik mijn ambities niet kan waarmaken? Wat als ik hier niet van rond kan komen? En af en toe heb ik het gevoel dat ik  verzuip. Verzuip in de dingen die ik allemaal nog moet doen, moet regelen. Af en toe mis ik het om met collega’s te gaan ouwehoeren. Af en toe ben ik bang dat ik zo’n enge huismoeder wordt die anderen op straat gaat aanklampen voor koffie.
De reden dat ik ben gestart met mijn eigen bedrijf was dat ik deze droom al jaren heb. Creatief bezig zijn in mijn eigen bedrijfje. Ik hoef geen groot bedrijf, zolang ik maar een redelijke boterham kan verdienen.  Maar als je eenmaal bent begonnen in een baan, blijf je daarin hangen. Je kent het klappen van de zweep, je weet waar je goed in bent, en waar je minder in bent, je hebt een goed salaris. Ik wilde al heel lang deze stap gaan maken, maar ik vond het gewoon te eng. Wat als ik misluk!
Maar goed, vaak gebeuren er dingen in je leven die waarschijnlijk zo hebben moeten zijn. Zo ook in dit geval, de vestiging waar ik callcenter manager was ging sluiten. Bij de meeting waarin dit werd verteld aan de medewerkers waren er veel verschillende emoties. Sommige mensen werden boos, gingen schreeuwen, liepen weg. Anderen moesten huilen, sommigen werkten er al 23 jaar. En ik? Ik dacht; dit is mijn kans. Alhoewel ik de week erop ook echt wel een paar keer een flinke paniek aanval kreeg hoor, maar ik dacht echt; dit is de kans om nu te gaan doen wat ik echt wil.
Ik heb wel moeite gehad om het los te laten. Ik werkte nog niet zo lang bij dit bedrijf en aangezien mijn jaarcontract een paar weken eerder af liep dan de sluiting, verliet ik het schip dus iets eerder. Dat vond ik lastig, want het waren toch “mijn” mensen die ik achter liet. En dus bleef ik langs de zijlijn betrokken. Ik hoorde hun gemopper en geklaag aan via de mail en ging regelmatig nog even koffie drinken. Gewoon, om er te zijn voor ‘mijn’ mensen, maar ook omdat je je er toch thuis voelt. Een jaar lang heb je hier ziel en zaligheid in gelegd en heb je meer dan 200% gegeven. Iets dat je uiteraard weer met je gezondheid moet terug betalen!
Het koffie drinken op kantoor was dus altijd weer fijn. Even lekker bij kletsen met de mensen. Terug in je oude vertrouwde rol. Adviezen geven, een bakkie doen, en vooral heel veel luisteren. Naar de mensen die boos zijn op de adviezen van het reintegratie bureau; in je cv begin je je naam met een hoofdletter. Ja, dat weten die mensen wel. Ze zijn hun baan kwijt, ze zijn niet debiel. Luisteren naar de mensen die eigenlijk ook graag deze kans willen aangrijpen om te gaan doen wat ze echt willen, maar het niet durven. Vol bewondering kijken ze naar mij, maar ze realiseren zich niet dat ik net zo goed mijn broek vol schijt! Luisteren naar de collega wiens vrouw vaginale kanker heeft en waarbij de bestraling from hell is. (ik wist trouwens niet dat dat bestond, maar ben er wel enorm van onder de indruk).
Op weg naar huis krijg ik een paniek aanval. Wat als ik het nou echt niet kan. Afgewisseld met gedachtes over de vaginale kanker. What the heck, als ik het niet kan. Wat moet die vrouw dan wel niet? Ik veeg dapper mijn tranen van mijn wangen. En ik baal. Want een supervrouw huilt niet. En ik huil heel vaak. Als manager kon ik daar vreselijk kwaad om worden. Als ik boos ben, als ik gefrustreerd raak: altijd komen dan die tranen. En in deze mannenwereld, want managen blijft toch een mannenwereld, ben jij in jouw beleving natuurlijk altijd de enige die huilt. God, ik heb wat afgebruld. Dan zat ik in het kantoor bij een van mijn mannelijke collega’s en dan kwamen die tranen weer. En uiteraard, omdat je er boos op wordt dat ze komen, komen ze dubbel zo hard.
Ooit zat ik bij een zeer gewaardeerde collega op zijn kantoor. Met een knik in mijn stem en de tranen brandend achter mijn ogen, vroeg ik me hardop af waarom ik toch altijd moest huilen en die mannen nooit. Hij ging recht voor me staan, legde zijn hand op mijn schouder en zei: weet je Mo, wij mannen huilen in het toilet. Ik heb me nog nooit zo goed  gevoeld!

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top